Keti Koti

Wat is Keti Koti?

Keti Koti is een van de vele nationale feestdagen in Suriname ter viering van de afschaffing van de slavernij. De naam komt uit het Sranantongo en betekent ketenen gebroken.

Op 1 juli 1863 schafte het Koninkrijk der Nederlanden met de Emancipatiewet de slavernij af in Suriname en op de Nederlandse Antillen.
Er kwamen ruim 45.000 oorspronkelijk Afrikaanse slaven vrij, van wie 34.441 slaven in Suriname. Sindsdien wordt het einde van de slavernij elk jaar op deze dag gevierd.

In Suriname heet deze dag officieel Dag der Vrijheden, maar de feestdag wordt ook wel informeel Kettingsnijden genoemd. Het is een feest voor alle inwoners en niet alleen voor de nazaten van de slaven.
Onderdeel van de festiviteiten is Bigi Spikri (‘Grote Spiegel’), een kleurige parade in feestelijke en vaak traditionele kledij, waarbij de vrouwen vaak kleine witte parasols met zich meedragen.

Ket Koti is een kleurrijk en uitbundig feest met veel muziek dat tot in de kleine uurtjes doorgaat.

Geschiedenis

Met de oprichting van de West-Indische Compagnie in 1621 begint Nederland met de handel in slaven. Aanvankelijk trekken schepen van de WIC er vooral op uit om oorlog te voeren met de Spanjaarden en de Portugezen en hun schepen te kapen. In 1628 verovert Piet Hein de Spaanse zilvervloot en raakt Portugal fort Elmina in Ghana kwijt aan Nederland. Het lukt Nederland tussen 1624 en 1654 ook om delen van Brazilië te veroveren plus een hele rits koloniën in handen te krijgen: Suriname, Berbice, Essequibo-Demerary, en de Antilliaanse eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba.
In een aantal van die gebieden zijn veel plantages, maar te weinig arbeidskrachten, en daarom is er behoefte aan nieuwe slaven uit Afrika. Zo komen de Nederlanders midden in de trans-Atlantische handel in slaven terecht. Aan het einde van de achttiende eeuw veranderen de grote Europese landen van mening over de slavenhandel. De Engelsen verbieden de slavenhandel in hun koloniën in 1807. Ze oefenen druk uit op de Nederlanders om dat ook te doen, maar die doen dat pas in 1814. Het afschaffen van de handel in slaven betekent niet dat de slavernij ook wordt afgeschaft: er komen alleen geen nieuwe Afrikanen meer bij. Engeland en Frankrijk schaffen de slavernij in hun koloniën af in 1833 en 1848. Als een van de laatste landen in Europa doet Nederland dat op 1 juli 1863.

Het Kwaku monument in Paramaribo

Ter gelegenheid van 100 jaar Ket Koti werd in 1963 in Paramaribo een standbeeld onthuld. Dit beeld stelt Kwaku voor, een weggelopen (en weer gevangengenomen) slaaf die het symbool werd voor de drang naar vrijheid. In de Afrikaanse traditie is het gebruikelijk dat kinderen de naam dragen van de dag waarop ze geboren worden. Met name mannelijke nakomelingen die op woensdag werden geboren kregen de naam Kwaku. Omdat 1 juli 1863 op een woensdag viel heeft het beeld de naam Kwaku gekregen. Het is gemaakt door de beeldhouwer Jozef Klas. Paramaribo telt veel beelden, maar geen ervan is ooit zo populair geworden als dat van Kwaku. Hier worden jaarlijks op 1 juli kransen gelegd.

Keti Koti in Nederland

Ket Koti wordt sinds 2002 georganiseerd in de grote steden. Met name creolen of Afro-Surinamers, maar ook Afro-Antillianen in Nederland vieren dit feest eveneens op 1 juli of herdenken dan het einde van de slavernij in de kerk. In Amsterdam wordt Keti Koti groots gevierd in het Oosterpark in Amsterdam. Daar staat sinds 1 juli 2002 het Nationaal Monument Slavernijverleden. Sinds 2013 staat er ook een monument ter herdenking van de slavernij in Rotterdam. Het is geplaatst in het Lloydkwartier aan de oever van de Nieuwe Maas, op de plek waar ooit veel slavenhandelaren met hun schip vertrokken richting Afrika.